14Point7 Spartan3 Lite V2 met LSU 4.9 sensor
OverzichtDé betaalbare breedband-lambdacontroller, tevens de meest betrouwbare die wij kennen.
Levering:
Controller (Spartan3 Lite V2)
Lambdasensor (14point7 LSU 4.9)
Aansluiting:
Onze kabelbomen zijn meestal voorzien van een 4-polige connector. De onderstaande nummers komen overeen met de posities in de connector. De vermelde draadkleuren zijn die van de Spartan2-aansluitkabel. De overige draden worden normaal gesproken niet gebruikt. Raadpleeg de handleiding voor meer informatie.
12 V plus – rood
Voedingsmassa (‘harde’ massa) – wit
Signaal 0–5 V – groen
Signaalmassa (ECU) – zwart
Let op:
Problemen met deze lambdacontroller en de bijbehorende sensor zijn zeldzaam. Toch blijven lambdasensoren en electronica gevoelig voor vervuiling, verkeerde montage en ongunstige bedrijfsomstandigheden. De storingen die wij tegenkomen, hebben doorgaans een van de volgende oorzaken:
Een overmatig rijk mengsel, waardoor de sensor vervuild raakt met roet.
Siliconenvervuiling, bijvoorbeeld door het gebruik van siliconenspray of siliconenpakking, of doordat siliconenhoudende koelvloeistof in de verbrandingsruimte terechtkomt. Hierdoor kan het sensorelement vervuild raken.
Het gebruik van ‘classic’-olie of racebrandstoffen met een hoog zinkgehalte. Controleer op de verpakking of het product geschikt is voor motoren met emissiebeheersingssystemen.
Thermische schokken door een verkeerde aansluiting. Zorg dat de controller pas spanning krijgt wanneer de motor wordt gestart. Zo kan de sensor geleidelijk opwarmen en voorkom je dat een al hete sensor bij het aanslaan van de motor plotseling afkoelt door condens of brandstof.
Een verkeerde montagepositie, waardoor de sensortip kan vollopen met condens uit de uitlaat. Monteer de sensor daarom niet ondersteboven.
Dynamoproblemen, waardoor met een te lage accuspanning wordt gereden en de controller zijn werk niet goed kan doen.
Overmatig olieverbruik, bijvoorbeeld door versleten klepseals of zuigerveren, of door een onjuist aangesloten carterventilatie.
Oververhitting, doordat de bedrading of controller te dicht bij de uitlaat is gemonteerd of deze raakt.
Vocht in de connector of controller.